Woord van de maand

Op iedere eerste donderdag van de maand wordt een woord uit de bijbel uitgelicht.


testament
religie
pelgrim
vormsel
wierook
altaar
homilie
katholiek

 

Testament

OUD & NIEUW TESTAMENT: wilsverklaring of verbond
Welke betekenis heeft het testament volgens jou?
Bij testament denken we aan een overledene en zijn of haar wilsverklaring.
Dat vraagt om een nadere verklaring …

We kunnen ons afvragen of het testament een wilsverklaring van God is.Een soort eenzijdig opgesteld contract.
Dat klinkt meteen zo zakelijk.
En een testament is pas rechtsgeldig na het overlijden van de erflater.
Daar lijkt toch iets niet te kloppen.
Bovendien heeft God de Bijbel niet zelf geschreven of gedicteerd.
Hij was wél de inspirator voor schrijvers; verschillende mensen uit verschillende tijden en plaatsen.
Hij zond zijn zoon Jezus die het moest bekopen met de dood …
Dus toch een testament?

De Bijbel is oorspronkelijk in 3 verschillende talen geschreven: Hebreeuws, Aramees en Grieks.
Het grootste gedeelte van het Oude Testament is in het Hebreeuws (werd al 1500 jaar vóór Christus gesproken), voor de rest in het Aramees, dé voertaal in de tijd van Jezus. Om het ingewikkeld te maken: in het Oude Testament zijn enkele boeken die uit het Grieks zijn overgeleverd.
Het OT dateert van voor het begin van de christelijke jaartelling en verhaalt het leven van het Joodse volk.

Het Nieuwe Testament beschrijft het verhaal vanaf de boodschap dat God zijn zoon Jezus zal sturen tot de opstanding van Jezus.
Het NT is in het Grieks geschreven en dan het eenvoudige Grieks, de volkstaal, niet het hoogstaande.
Vervolgens werd het vertaald; aanvankelijk in enkele talen van het Midden-Oosten en nu zijn er meer dan 2000 vertalingen.
Bij vertalingen is het vaak moeilijk terug te grijpen naar de oorspronkelijke betekenis van een woord.
Alles moet worden geplaatst in de context van de tijd en tijdsgeest van toen.
En tijden veranderen nu eenmaal en daarmee ook vaak de betekenis.

TESTAMENT komt van het Latijnse woord testamentum wat een vertaling is van het Griekse woord diathèkè – in de betekenis van testament – of het Hebreeuwse woord berith (verbond).
Daar is dus een tweestrijd.
In welke context kunnen wij het dan plaatsen?
Welk woord zou wellicht beter zijn?

Testament? Gods wil geschiede.
God wil graag dat wij leven naar Zijn Woord. We bidden dat in het Onze Vader: Uw wil geschiede.
Verbond? Een bindende afspraak tussen 2 partijen met uitgesproken of vastgelegde beloften en verplichtingen: een afspraak tussen God en Jezus, die gezonden is om ons een voorbeeld te geven en waaraan wij ons committeren?

De Bijbel is wel oud maar niet stoffig.
God spreekt door middel van de Bijbel nog steeds tot ons.De Bijbel bevat een boodschap voor ons.
De teksten gaan over ons en ons leven, nog steeds.
In de kern van de Bijbel is de waarheid van God, het Woord van God.
Ben je het daar mee eens?
Maakt het dan uit welke betekenis testament heeft?

Tot welke betekenis voel je je het meest geroepen: testament of verbond?


 

Religie

Waar het woord religie of religio vandaan komt, is niet geheel duidelijk.

✝️Het zou van ‘relegere’ (opnieuw lezen of doen) kunnen stammen; dat zou dan betrekking hebben op het naleven van de verering van God(en).
✝️Of het zou van ‘relinquere’ (achterlaten) kunnen komen; je laat het wereldlijke achter als je voor religie kiest.
✝️Ook is er iets voor te zeggen, dat het voortkomt uit het werkwoord ‘re-eligere’ (opnieuw verkiezen); na de zonde van de mens kiest hij opnieuw voor God
✝️Dan is er nog het werkwoord ‘religere’ wat zoveel betekent als verplichten; door een religie te beoefenen, houd je je ook aan rites.
✝️Waarschijnlijk zullen de meeste mensen zich meer of makkelijker kunnen vinden in ‘religare’; verbinden met God. In deze betekenis zou echter eerder een ander Latijns werkwoord worden gebruikt.

Waar verwijst religie eigenlijk naar? 
–> het geloof in een God
–> goed zijn voor anderen
–> een manier van leven
–> houvast & troost
–> antwoord op vragen rondom leven en dood
–> het naar de kerk gaan
–> bidden
–> …

Wat houdt religie voor jou in?


 

Pelgrim

Ben je ooit op pelgrimstocht geweest?
Of liever gezegd: Ben je (ooit) pelgrim (geweest)?
Er zijn veel (religieuze) bestemmingen, waaronder Bethlehem, Jeruzalem, Mekka, Rome, Santiago de Compostela, Fátima, Lourdes, Kevelaer, Stonehenge … Of dichter bij huis: Scherpenheuvel, Banneux.
Vanuit het dekenaat Maasmechelen, de Pastorale Eenheid Sint-Franciscus of in samenwerking met CCV Hasselt organiseert deken Luc geregeld een pelgrimstocht: een langere of kortere wandeling met bezinningsmomenten en opdrachten onderweg. Misschien ben je al eens medetochtgenoot geweest. 

Wat kun je verwachten als pelgrim?
Je verlaat je huis, je vertrouwde omgeving, en begeeft je naar … Tsja, wat is je doel? Wat is je weg? Het lijkt wel een speurtocht of ontdekkingsreis. Ga je op weg om God te vinden? Of misschien ben je jezelf kwijt en ben je daarnaar op zoek? Ga je om boete te doen, tot bezinning te komen, inspiratie op te doen, genezing te vinden, andere mensen te ontmoeten of gewoon om er eens geweest te zijn?

Wat kun je onderweg verwachten? Is er ook vreugde, geloof, hoop, liefde, vrede, geluk te ervaren? Ga je van het donker naar het licht? Is de tunnel kort of lang?

Een pelgrimstocht kan worden gezien als metafoor voor een innerlijke reis. Wandelen met je hoofd, je hart, je ziel. Je komt jezelf ongetwijfeld tegen. Hoelang ben je dan onderweg? Totdat je de eindbestemming, het bedevaartsoord hebt bereikt? Lang genoeg om na te denken? Of een heel leven lang?

Dat zijn een hoop vragen, waarop geen eenduidig antwoord op kan worden geformuleerd. 

Als we het woord eens gaan ontleden, misschien wordt dan meer duidelijk.
Pelgrim, pilgrim, pellegrino van het Latijnse woord peregrinus, iemand die over akkers loopt (per = over, ager =veld). Dat geeft meer inzicht in hoe het vroeger was. Tegenwoordig verstaan we daar veel meer onder. Je kunt namelijk ook een tocht in gedachten ondernemen. Het maakt niet uit, waar je je bevindt. Het gaat meer om de reis op zich, dan om het einddoel.

En? Ben je ooit een pelgrim geweest?


 

Vormsel

Hoe vaak in je leven zeg je volmondig JA!? Het zijn in ieder geval de bijzondere momenten. In de periode tussen eind april en begin juni zeggen weer veel vormelingen JA. Vroeger was het doodnormaal dat je het vormsel deed. Tegenwoordig is het – als het goed is – een bewuste eigen keuze, uiteraard in samenspraak met de ouders. Wat beloven vormelingen eigenlijk op het moment dat ze worden gevormd? En waar zeggen ze ‘ja’ tegen? Of liever gezegd: wat bevestigen ze?

Bij het doopsel geven ouders aan dat zij hun kind willen opnemen in de geloofsgemeenschap en dat zij hun kind christelijke waarden zullen meegeven. Eigenlijk is het God die aangeeft dat Hij het kind aanvaardt als zijn kind en dat het op Hem kan rekenen. De ‘eerste communie’ betekent dat je vanaf dan mag deelnemen aan de eucharistie. Ook door het vormsel word je opgenomen in de gelovige gemeenschap. Vormelingen zeggen ‘ja’ tegen het engagement om als christen te leven en ‘ja’ tegen God; Hij schenkt hen de heilige Geest (inzicht en kracht).

Dat is nogal wat voor jonge mensen om zoveel op hun schouders te nemen. Daarom wordt hen ook steeds gezegd, dat het niet om grote daden hoeft te gaan. Het begint klein, in hun eigen omgeving en het hoeft niet groot(s) te zijn. Als onderdeel van het traject geven de vormelingen zich in september op voor sociale engagementen om zo kennis te maken met meerdere aspecten van de maatschappij. Ook de maandelijkse catechese helpt hen op weg om via beleving en ervaringsgebeuren te ontdekken wat christen-zijn kan betekenen.

Tijdens het vormsel worden er vijf symbolen gebruikt om de aanwezigheid van God tastbaar te maken:
1. Kruis: een stukje sterven zodat het leven daarna vrucht kan dragen. De vormelingen dragen een kruis om hun hals tijdens de viering.
2. Kaars: proberen als een kaars te zijn die licht en warmte geeft. Bij de viering van het vormsel ontsteken de vormelingen hun doopkaars bij de paaskaars.
3. Handen: Gods hand geeft geborgenheid, bescherming, genegenheid, tederheid, nabijheid en Hij zendt de vormeling om christen te zijn: handoplegging door de bisschop of vormheer. Tijdens het vormsel leggen de naasten (ouders, familie, peter, meter) van de vormeling een hand op zijn/haar rechterschouder, waarmee ze aangeven dat ze achter het vormsel staan en hulp en steun zullen blijven bieden.
4. Kerkgemeenschap: ze laat zich inspireren en vormen door mensen in hun omgeving die hen het voorbeeld geven van leven als een christen. Daarom wordt het vormsel in de eigen parochie gedaan en zijn de naasten erbij.
5. Olie: heeft een geneeskrachtige werking en maakt soepel en glanzend. Tijdens het vormsel wordt de vormeling op het voorhoofd gezalfd met het heilig chrisma (mengsel van olijfolie en balsem). Net als olie in een steen doordringt, zo zal de vormeling dieper wortelen in het christendom, blijft er een eeuwigdurend merkteken in de ziel achter en geeft hij/zij aan als olie te zullen zijn voor anderen.

Zo worden ze gevormd, gekneed, langzaam ingewijd in het leven als christen. Met het vormsel beloven ze het geloof trouw te blijven en dat valt niet altijd mee naarmate het leven als puber, adolescent en volwassene een andere wending krijgt. Er komen andere prioriteiten in het leven van een jongeling. Maar dedoordrenking van de olie blijft; meestal komen ze terug en bedenken dat de christelijke waarden die ze in hun jeugd hebben meegekregen nog niet zo gek waren. Als er een kind in hun leven komt, gaan ze nadenken over het doopsel. En op hun beurt willen ze dikwijls de waarden doorgeven aan hun kinderen.

Welkom, vormelingen, in onze christengemeenschap. Besef dat we ook maar mens zijn met fouten, beperkingen maar van goede wil en dat we altijd weer opnieuw kunnen beginnen het goede te doen.


 

Wierook

Goud, mirre en wierook. Dat hadden de drie wijzen bij zich toen ze op kraamvisite bij Jezus gingen. De geschenken waren een koning waardig; het waren in die tijd – en nu nog altijd – de meest kostbare en luxueuze (delf)stoffen. Goud was een typisch geschenk voor een ‘aardse’ koning. Wierook staat voor goddelijkheid. En mirre is een verwijzing naar de dood van Jezus; doden werden met mirrezalf gebalsemd. Wierook werd al lang voor Jezus’ geboorte gebruikt als reukoffer voor de goden, om hen gunstig te stemmen, hen te bewieroken en zo bij hen in het gevlei te komen. Ook werd wierook aangestoken om stank – van bijvoorbeeld doden – te verdoezelen. De eerste christenen verwierpen wierook in de liturgie omdat het teveel weg had van een heidens gebruik. Aangezien de geur verfrissend en verversend werkte, werd wierook op een gegeven moment wél ingezet in liturgische ruimten en om de feestvreugde kracht bij te zetten. Op den duur werd het gebruikt voor hooggeplaatste personen; bij een plechtige intocht van een paus of een processie had men wierookpalmen of wierookvaten. Vervolgens werd het gebruikt rond het altaar en het kruis. En waarom zou je het dan niet ook aanwenden tijdens het klaarmaken van de gaven op het altaar, zullen christenen hebben gedacht. Zo konden brood en wijn worden gezegend en opgenomen in Gods ruimte. Bij plechtige zegeningen werd het de gewoonte om gewijd water (wijwater) én wierook te gebruiken. Het woord wierook komt van wijrook (rook om te wijden) en zo werd het een ritueel. De goede geur van Jezus wordt samen met de wierook in de Kerk verspreid en versterkt het gebed en de beleving van de liturgie. Sinds het moderniseren van de Kerk in de jaren ’60, dat is verwoord in het Tweede Vaticaans Concilie, is het gebruik van wierook verminderd. In de meeste kerken wordt enkel nog tijdens feestdagen gewierookt. Tenminste, als er misdienaars zijn die daarvoor een kleine ‘opleiding’ hebben gevolgd. Er is namelijk enige ‘handigheid’ nodig om met het wierookvat te zwaaien. Ook moet je weten hoeveel of hoe weinig wierookkorrels op de gloeiende kooltjes moeten worden geschept. Het altaar, het evangelieboek, brood en wijn en de paaskaars worden dan bewierookt omdat ze verwijzen naar Jezus. En eventueel de kerkgangers en de priester. Tijdens uitvaarten wordt het lichaam van de overledene bewierookt als eerbetoon. Het heeft iets mystiek: dat goddelijke dat we doorheen de mist van rook proberen te grijpen. Laat het maar los en laat het samen met de rook opstijgen. In de katholieke kerk is de gedachte achter het gebruik van wierook, dat samen met de rook de gebeden ten hemel stijgen. Op die manier ontstaat er een verbinding, want bidden tot God is vooral luisteren naar Hem. De werking van wierook benadrukt dat; de geur bevordert namelijk het concentratievermogen van de geest en vertraagt de ademhaling. Wierook heeft een geneeskrachtige werking en kan ook worden ingezet om tot rust te komen tijdens bijvoorbeeld een examenperiode of tegen darmontstekingen, gewrichtspijnen en astma. Wierook bestaat uit organische ingrediënten (houtpoeder van bijvoorbeeld sandel- of agarhout), hars (van de wierookboom Boswelia), kruiden, bladeren, wortels, bloemen en water. Het heeft een zuiverende, kalmerende en beschermende werking op lichaam en geest. Pinksteren en een diakenwijding op 9 juni in de dekenale kerk zijn een mooie gelegenheid om het wierookvat weer tevoorschijn te halen; laat de vonk overspringen in ons hart.


 

Altaar

De Grieken en Romeinen kenden het sterrenbeeld ALTAAR. De denkbeeldige lijnen tussen de sterren vormen een offertafel; net zo een als de Griekse God Zeus (door de Romeinen Jupiter genoemd) midden in zijn woning had staan. De Griekse politicus Aratos – geboren in 315 v.Chr. – had over deze tafel en onder andere dit sterrenbeeld geschreven. Dit is dan weer door de Romeinse schrijver Cicero in het Latijn vertaald als ‘ara’ (tafel). Het sterrenbeeld altaar is in deze maand goed te zien, maar helaas niet in België. Het altaar zoals wij dat kennen, is waarschijnlijk een samentrekking van ‘altus’ (hoog) en ‘ara’ (tafel). In de bijbel wordt vaker melding gemaakt van altaar. Toen Noah de ark verliet, bouwde hij een altaar en bood een brandoffer aan God, waarbij de geur naar Hem opsteeg. Zo gaf God Abraham de opdracht een altaar te bouwen op de berg Moria. Ook zijn zoon Isaäk en kleinzoon Jakob bouwden een altaar. God gaf een duidelijke opdracht hoe een altaar er uit moest zien; het mocht van aarde zijn en van stenen, maar geen gehouwen stenen, want dan zouden de stenen worden ontheiligd. Bij het Laatste Avondmaal wordt er eveneens een tafel ingericht waarbij de aanwezigheid van Jezus wordt gevierd. Het altaar staat ook voor de kribbe en het graf van Jezus en voor het hemelse altaar, de troon van God. De betekenissen komen terug in de liturgische teksten. In de meeste kerken staat het altaar in het midden, al dan niet op een verhoging of in het midden van het priesterkoor. Het gangpad naar het altaar is als een processieweg dat daar naartoe leidt. In vroeger tijden kon de verhoging niet hoog genoeg zijn, waardoor een podiumeffect ontstond. Tegenwoordig zien we het altaar graag in ons midden om zo dichter bij God te kunnen zijn. De versieringen, zoals bloemstukken, worden veelal rondom het altaar geplaatst om niet teveel afleiding te geven van hetgeen gebeurt, ligt of staat aan en op de tafel van Gods woord, het geestelijk voedsel, en van Jezus’ Lichaam en Bloed. Dit alles is neergeschreven in de Algemene Instructie van het Romeins Missaal, waarin de grootte, vormgeving, versiering, plaatsing en gebruik zijn opgenomen. En zoals altijd zijn teksten aan interpretatie onderhevig. Hoe het ook is; wij zitten in de periode mens 3.0, waarin de benadering van mens tot mens centraal staat. De kernwaarden persoonlijk, kwaliteit, vertrouwen, sociaal en duurzaam komen naar voren. Je mag laten zien wie je bent, je benadert elkaar menselijk en je vindt aansluiting in hoofd en hart. En dit past helemaal in het straatje van christen-zijn. Het altaar is de plaats waar we letterlijk en figuurlijk een diepe buiging kunnen maken voor de levende Christus.


 

Homilie

HOMILIE stamt af van het Griekse woord homilia, wat ‘conversatie’ betekent. De homilie is vergelijkbaar met een preek, een integraal onderdeel van de liturgie, en werd aanvankelijk door kerkvaders gebruikt als moment om een informele les te geven. De geloofsmysteriën en de normen van christelijk leven vanuit de gewijde tekst worden uiteengezet tijdens de homilie en moet op zondagen en hoogtijdagen worden gehouden. Het is een hulpmiddel om Gods Woord, het evangelie, te laten herleven in de liturgie. Je kunt het zien als een dialoog tussen God en ons. Paus Franciscus heeft hierover gezegd: “God wil de mens bereiken, tot zijn hart spreken en in dialoog gaan”. Het is niet de bedoeling om catechese, een cursus of spektakelstuk te geven. Er mogen geen onderwerpen worden aangesneden die geen verband hebben met de liturgische viering en de lezingen. Wat is de homilie dan wel: ”een vorm van hartelijke, moederlijke communicatie die aandacht schenkt aan het ware, het schone en het goede”. Een vertaling naar het hier en nu, actualisatie, zonder te ontaarden in een persoonlijke preek. De boodschap van de homilie ligt besloten in de lezingen die eraan voorafgaan: wat wil God ons zeggen. Het is voedsel voor ons christelijke leven.
De homilie dient te gebeuren door de hoofdcelebrant (Paus/bisschop/priester/pastoor), maar mag ook worden toevertrouwd aan een concelebrant (voorganger naast de celebrant) of aan een diaken. Leken mogen (nog) geen homilie houden. Wél bestaat de mogelijkheid dat een niet-gewijde persoon bij uitzondering een aanvullend getuigenis geeft wanneer er tijdens de eucharistieviering een homilie wordt gehouden. Omdat de homilie deel uitmaakt van de verkondiging, dient dit te worden uitgesproken vanaf de ambo, een ‘preekstoel’ aan de noordzijde van de kerk. Voor de kerkgangers is dit aan de linkerzijde van het altaar. Vroeger was er in elke kerk een aparte preekstoel. Deze was – omdat er nog geen geluidsinstallatie bestond – vooral bestemd om de verstaanbaarheid van de homilie te bevorderen. De ‘hemel’ van de preekstoel diende letterlijk als klankbord, waardoor het stemgeluid verder droeg. Vaak was de preekstoel versierd met toepasselijke Bijbelse figuren, zoals de grote profeten, terwijl op de hemel ervan een duif te zien was: teken van de heilige Geest die geacht wordt degene die preekt te bezielen.
Vaak wordt een priester door de kerkgangers onder andere beoordeeld op de kwaliteit van zijn preken. Het is een kunde en kunst: je kunt het leren en er is ook meer nodig dan het je eigen maken.
Iedere vrijdagavond wordt een commentaar op het evangelie van die zondag als blog op deze website en vandaaruit zaterdag op het persoonlijk profiel van het dekenaat op Facebook gedeeld. De uitleg is meestal afkomstig van deken Luc Herbots, pastoor Jos Vanderlee en diaken Julien Beckers.
Hoe mooi is het dat het evangelie, het oude Woord, steeds weer opnieuw zeggingskracht heeft voor veel mensen van vandaag.
Hoe wonderlijk is het dat iedere zondag hetzelfde Woord wordt gelezen en gevolgd, overal op de hele wereld. Een groter teken van verbondenheid kan er niet zijn.

 

Katholiek

Ben je katholiek?
Ben je een christen?
Ben je gelovig?
Het begon allemaal bij die ene persoon, die als zoon/boodschapper van God op aarde leefde: Jezus, geboren om de mensen te redden van hun zonden. Jezus gaf op het einde van zijn leven apostel Petrus de opdracht op pad te gaan en het geloof te verkondigen. Jezus zei toen: “Ik ben de rots en op deze rots zal ik mijn kerk bouwen”.
En zo werd er een kerk gebouwd. Petrus werd de eerste paus, plaatsvervanger van God. Israël viel toen onder het Romeins bewind. In dit groot Romeinse Rijk werden alle religies getolereerd, zolang de Romeinse goden én de keizer maar aanbeden werden.
Het geloof in Jezus de Messias werd in het westen en oosten verkondigd, overal. Het woord KATHOLIEK is ontleend aan het Griekse woord ‘katholikos’ wat ‘universeel’ betekent. Over de gehele wereld geloofde men dat Jezus de vleesgeworden God was. De betekenis van het kerklatijn ‘catholicus’ is ‘rechtgelovig’.
Tijdens het verval van het Romeinse Rijk werden de christenen beschouwd als veroorzakers van het kwaad. Ongeveer driehonderd jaar lang werden de christenen vervolgd, maar niet verslagen. Op de vooravond van een belangrijke veldslag keek keizer Constantijn de Grote naar de lucht en zag daar een kruis en kreeg een teken dat hij hiermee zou winnen. Hij bekeerde zich en de christenvervolgingen stopten. In de vierde eeuw, onder bewind van Theodosius I, werd het christendom tot staatsreligie gemaakt. Na zijn dood splitste het Romeinse Rijk zich op in een westers en oosters deel. Het grote Romeinse Rijk bestond voor de buitenwacht nog wel, maar toch bleek dit later het definitief einde van het rijk te zijn, maar niet van het katholicisme.
In 590 kwam paus Gregorius I, die Rome en de katholieke kerk weer opbouwde door onder andere liefdadigheidswerk. Paus Leo III kreeg het zwaar te verduren en wendde zich tot keizer Karel de Grote. Deze zorgde dat de paus weer veilig kon terugkeren naar Rome en werd door de paus tot keizer van het Heilige Roomse Rijk benoemd. In de tiende eeuw ontstond er een strijd tussen machtige Italiaanse families over wie de paus mocht zijn. De katholieke kerk raakte door veel wantoestanden van pausen in verval. Ondertussen waren er al veel mensen bekeerd. Maar ook de verschillen tussen de gelovigen werden groter. Uiteindelijk werden ze zo groot, dat er een kloof ontstond, de Grote Schisma in 1054; scheuring tussen de rooms-katholieken (die de paus als plaatsvervanger van God zien) en de orthodoxe of Byzantijnse Kerk.
In het Grieks betekent orthodox ‘rechtgelovig’. Tja, en wie heeft het nu bij het ‘rechte’ eind? Maakt het iets uit? Ja, want er is niet voor niets een Tweede Vaticaans Oecumenisch Concilie gekomen om de kerk te moderniseren en de neuzen weer even dezelfde kant uit te krijgen. Het is maar waarmee je bent opgegroeid en wat je er zelf mee doet.
Natuurlijk is er veel gebeurd in de afgelopen ruim tweeduizend jaar. Veel wantoestanden. Veel mooie en goede dingen. We geloven dat het goede het kwaad overwint. En er wordt meer en meer geprobeerd om bruggen te slaan tussen God en de mens, kerk en de samenleving, gelovigen van verschillende religies. De katholieke kerk is dus universeel, met een verscheidenheid aan sociale, culturele en menselijke wortels. In de geloofsbelijdenis zijn de (twaalf) kernpunten van het christelijk geloof verwoord.
Ben jij belijdend katholiek?